top Adviesburo Comenius

do 9 september 2010

Leestraining

Ons bureau beschikt over de bevoegdheid om een verklaring van dyslexie af te mogen geven. Deze verklaring is onbeperkt geldig en bestaat uit een drietal onderdelen:

  • de onderkennende diagnose: kan er een objectieve diagnose worden gesteld?
  • de verklarende diagnose: waardoor doet het probleem zich voor?
  • de handelingsgerichte diagnose: welke onderwijs belemmeringen moeten er worden opgelost, wat zijn beschermende factoren en welke zijn andere mogelijk ontstane probleemgebieden (bijv. faalangst, zwakke motorische ontwikkeling, aandachtstekort)?

Zie verder "Diagnose Dyslexie" , brochure van SDN, zie Balans (www.balansdigitaal.nl)

Binnen Comenius worden individuele leestrainingen van acht sessies gegeven voor kinderen die vanwege hun leesproblematiek om gerichte behandeling vragen.

Theorie

Onder dyslexie verstaan we hardnekkige leesproblemen die niet direct verdwijnen na extra hulp en waarbij het kind er blijvend niet in slaagt woordbeelden te automatiseren. Comenius heeft een cursus ontwikkeld waarbij kenmerken van de zgn. psycholinguïstische- en orthodidactische benadering in ieder geval aan bod komen. In deze cursus breiden we de behandeling uit met elementen uit het zgn. 'Balansmodel van Bakker' en het 'Ontwikkelings-neuropsychologisch model van Kappers' (VU-Amsterdam). Incidenteel passen we principes toe van de zgn. ELLO-methode (Aarnoudse, Nijmegen) Bakker en Kappers veronderstellen dat kinderen die beginnen met lezen dit vooral doen met de rechter hersenhelft. Letters en woorden zijn voor beginnende lezers immers moeilijke visuele patronen. Naarmate kinderen langer lezen worden de patronen makkelijker, maar vooral makkelijker herkend. Op dit moment zal het kind meer met de linker hersenhelft gaan lezen. Herkennen van letters en woorden is geautomatiseerd en het lezen wordt meer 'talig'. Het gaat nu meer om de betekenis van teksten en grammaticale constructies.

Toevoegingen uit de theorie van Bakker en Kappers.

Het hemisfeer specifieke stimuleringsprogramma heeft als doel de hersenhelft die (te) weinig wordt gebruikt te stimuleren. Een bijzonder en belangrijk onderdeel van ons programma is het werken met het Hemstim programma. Dit is een computer programma dat in staat is een woord gedurende een korte tijd op één van de hersenhelften te projecteren. De informatie die op beide ogen op de linker helft van het netvlies valt wordt doorgestuurd naar de rechter hersenhelft. Informatie die op de rechter helft van het netvlies valt wordt doorgezonden naar de linker hersenhelft. Van dit principe wordt gebruik gemaakt door het Hemstim programma. Afhankelijk van de te stimuleren hersenhelft wordt een woordje links of rechts op het beeldscherm geflitst en zodoende op één hersenhelft geprojecteerd. Vervolgens proberen we de hersenhelften te activeren met verschillende technieken. Woordjes worden in duidelijke letters op gele kaartjes aangeboden aan het kind. Op deze wijze 'lichten de letters op' zodat het een duidelijk visueel beeld vormt (rechter hersenhelft). Kinderen moeten woorden in de lucht schrijven, zodat zij het woord in de lucht geschreven zien staan (rechter hersenhelft). Ook schrijven zij het woord op tafel. Dit geeft tactiele informatie. Een ander vast onderdeel van het programma is het oefenen met de tastkast. Hierbij moeten kinderen voelen, dus niet zien, wat er op het bord staat geschreven in reliëf letters. Wat we voelen met de linkerhand komt in de rechter hersenhelft aan en omgekeerd omdat de zenuwen zich kruisen in het ruggenmerg. Op deze wijze kunnen we dus specifiek de linker of rechter hersenhelft stimuleren.

Uw kind

Waarschijnlijk herkent u uw kind in één van deze twee lezers. Het kind leest spellend, dus langzaam maar nauwkeurig. Het komt nauwelijks toe aan de inhoud van de tekst. Maakt weinig vorderingen met lezen. Of het kind leest juist heel snel, maar maakt veel te veel fouten. Ook komt het voor dat kinderen beide strategieën door elkaar gebruiken.

Toevoegingen vanuit de Ello- methodiek

De ELLO (Effectieve Leesondersteuning) methode of delen ervan zullen, indien noodzakelijk, als aanvulling op het programma worden gebruikt. Deze methode is als volgt opgebouwd: de eerste stap is het herkennen/verkennen van het boek/verhaal. Van te voren de plaatjes bekijken om te ontdekken waar het verhaal over gaat (voorkennis activeren). Dan wordt het verhaal gelezen met behulp van een aangeleerde strategie. Na afloop volgt er een korte terugblik op het verhaal aan de hand van wie - wat - waar - wanneer vragen. Vervolgens wordt het verhaaltje met behulp van praatwolken naverteld. Het is de bedoeling dat ook het kind de nieuwe tekst opschrijft en deze voorleest. Tevens wordt er elke keer een zin of zinnen opgeschreven die uiteindelijk tezamen het zelfgemaakte boek van uw kind vormt. Eventueel kunnen deelvaardigheden die nog niet worden beheerst extra worden geoefend (met behulp van werkbladen, de eerder genoemde tastkast of het klik - klak boekje).

Ook worden "geheel op maat" gemaakte trainingen verzorgd voor kinderen die om een andere aanpak vragen.

Naar boven